Reinigen en desinfecteren: valkuilen in de praktijk

Eén van de criteria waar de inspecteurs Voedselveiligheid van Houwers in 2026 extra op gaan letten, is reinigen en desinfecteren. Maar wat zijn nu eigenlijk de valkuilen in de praktijk? Inspecteur Daan Schaafsma deelt de verbeterpunten en tips.

Schoon is niet altijd veilig

Vaak wordt gedacht dat schoon ook altijd veilig betekent. Dat is niet zo. Als je alleen reinigt, blijven vet en eiwitresten achter. Desinfectie werkt dan niet goed. Dit is de juiste volgorde: altijd eerst goed reinigen, dan spoelen, dán desinfecteren.

Oude doeken

Er worden vaak oude doeken, sponzen of borstels gebruikt. Werk met kleurcodering en vervang materialen tijdig. Kleurcodering is een systeem om schoonmaakmaterialen te scheiden per ruimte of per taak, zodat je hygiënischer, veiliger en efficiënter schoonmaakt.

Ophangen

Sla schoonmaakmaterialen zoals vloertrekkers en schrobbers altijd op vanaf de vloer, bij voorkeur hangend. Zo kunnen materialen goed nadrogen en voorkom je uitgroei van schadelijke bacteriën die bij een volgend gebruik voor een kruisbesmetting kunnen zorgen.

Op gevoel

Als je reinigingsmiddel ‘op gevoel’ doseert en te snel afspoelt, is het risico dat er onvoldoende bacteriedoding plaatsvindt of dat er residu op producten achterblijft. Volg daarom altijd de instructies van de fabrikant op.

Moeilijk bereikbare plekken

De plekken die vaak worden vergeten, zijn de moeilijk bereikbare plekken. Denk aan sluitrubbers van koelingen/koelcellen, achter de messen van snijmachines en in de slijpsteencassette, afvoeren en goten, koelcelrails en de onderzijde van handcontactpunten.

Van hoog naar laag

Werk bij voorkeur van schoon naar vuil en van hoog naar laag: dus begin bij de schoonste plekken en werk naar de vuilere plekken toe, waarbij je eerst de hogere delen en dan de lagere delen schoonmaakt. 

Verkeerde temperatuur

De verkeerde watertemperatuur heeft ook gevolgen. Heet water gebruiken bij eiwitvervuiling heeft tot gevolg dat eiwitten gaan stollen waardoor het lastiger schoonmaken wordt.
Water met een te lage temperatuur kan zorgen voor een minder goede reiniging omdat bijvoorbeeld vuil, vet en olie minder goed oplossen. Ook is het zo dat veel soorten schoonmaakmiddelen beter werken bij warm water. Koud water doodt tevens geen bacteriën waardoor er meer micro-organismen achter blijven.

Praktische richtlijn:
-Koud water: lichte schoonmaak zonder vet
-Lauw water (30-50 graden): meestal ideaal
-Warm water (50-60 graden): vet en hardnekkig vuil

Geen vaste structuur

Het is belangrijk om een vaste schoonmaakstructuur te hebben. Werk daarom altijd met een schoonmaak- en desinfectieplan. Zo weet je wie wat doet en wanneer.

Onvoldoende training

Bedrijven denken vaak dat medewerkers wel weten wat de regels zijn. Een risico is dan het verkeerd gebruik van schoonmaak- en desinfectiemiddelen. Zorg voor een goede instructie en herhaling, zeker bij invalkrachten.

Verkeerde opslag

Inspecteurs zien regelmatig dat (agressieve) schoonmaakmiddelen worden opgeslagen direct naast of boven kruiden of vlees. Dan je het risico dat er chemische kruisbesmetting plaatsvindt. Zorg dat schoonmaak- en desinfectiemiddelen altijd strikt gescheiden worden opgeslagen van keukenmaterialen en/of levensmiddelen.

Geen controle of verificatie

Hier is de valkuil het vertrouwen op zicht en geur. Het risico is dat onzichtbare besmetting blijft bestaan. Tip: Laat Houwers ATP-metingen verrichten. Hiermee kunnen we vaststellen of het echt goed wordt schoongemaakt.
ATP staat voor Adenosine Tri Phosfaat. Hiermee kunnen inspecteurs een snelle test doen om te controleren hoe schoon een oppervlak echt is. Ze controleren of er nog biologische vervuiling aanwezig is (bacteriën/schimmels/voedselresten/menselijke cellen).