RETOURSTROMEN

Dierlijke bijproducten zijn producten van dierlijke oorsprong die niet (meer) voor menselijke consumptie zijn bedoeld. Levensmiddelen met producten van dierlijke oorsprong die meer voor menselijke consumptie worden bestemd, zijn een voormalig voedingsmiddel. Deze voormalige voedingsmiddelen worden een dierlijk bijproduct van categorie 3 volgens de Verordening (EG) nr. 1069/2009.

Levensmiddelen kunnen om verschillende redenen niet voor menselijke consumptie worden bestemd, bijvoorbeeld om kwalitatieve redenen (bijvoorbeeld een kapotte verpakking of verlopen houdbaarheidsdatum) of commerciële redenen. Het hoeft dus niet te betekenen dat een levensmiddel niet meer voor menselijke consumptie geschikt is, maar niet meer voor menselijke consumptie wordt bestemd.

De Verordening (EG) nr. 1069/2009 beschrijft op welke wijze categorie 3-materiaal verwerkt dient te worden. In bijlage VIII van Verordening (EU) nr. 142/2011 – de uitvoeringsverordening – worden eisen gesteld aan verzameling, vervoer en traceerbaarheid van voormalige levensmiddelen. Eén van deze eisen is dat bedrijven de ‘hoeveelheid materiaal’ borgen en administreren. Voor kleine hoeveelheden van minder dan 20 kg per week is een uitzondering van de verordening mogelijk gemaakt. Ook is er een versoepeling voor producten zoals brood, deegwaren, gebak, koekjes etc. welke is verlengd tot 31 december 2012.

De Europese Commissie heeft het standpunt dat naast het opstellen van procedures ook een toetsingsmoment (fysieke borging) moet plaatsvinden om aan te tonen dat er geen lekkage is van de stromen. Naast het aantonen doormiddel van gewicht of stuks, kan het bijvoorbeeld ook door het zegelen van vrachtwagens of het bijhouden van het aantal geretourneerde kratjes op supermarktniveau en op DC niveau per filiaal. Het CBL heeft voor haar leden een leidraad opgesteld hoe om te gaan met voormalige levensmiddelen van dierlijke oorsprong.

Bron: CBL website.

2017-06-06T15:12:48+02:0010 oktober 2011|2011, Nieuws|